Inloggen

Overzicht FAQ's en artikelen

Bekijk de veelgestelde vragen over de gevolgen van COVID-19 voor praktijkhouders en zzp’ers. Natuurlijk kunt u ook altijd even contact met ons opnemen. Wij helpen u graag.

Neem contact op

Praktijkhouders en zzp'ers

Waarmee kunnen wij u helpen?

Bekijk de belangrijkste veelgestelde vragen per onderwerp rond COVID-19. Bij een aantal onderwerpen kunt u doorklikken naar een overzicht met alle FAQ's.

Ondersteuningsmaatregelen

1. Ik heb een voorschot loonkostensubsitie NOW 1 ontvangen. Welke vervolgactie moet ik nemen?

2 november 2021 - De NOW 1.0, de loonsteun die in het voorjaar van 2020 is uitgekeerd, was een voorschot. Werkgevers die gebruik hebben gemaakt van de NOW 1.0 moesten uiterlijk 31 oktober 2021 de definitieve aanvraag indienen op basis van het daadwerkelijke omzetverlies. Omdat inmiddels duidelijk is dat niet alle werkgevers deze aanvraag op tijd hebben ingediend, krijgen deze werkgevers alsnog hiervoor de gelegenheid tot en met 9 januari 2022. Zij ontvangen binnenkort een herinnering van het UWV en kunnen hun aanvraag alsnog indienen tot uiterlijk 9 januari 2022.

Heeft het UWV dan nog geen definitieve aanvraag ontvangen dan moet het ontvangen voorschot terugbetaald worden.

Indien u uiterlijk op 31 oktober 2021 de definitieve aanvraag voor de NOW 1.0 heeft ingediend maar nog geen derdenverklaring of accountantsverklaring bij de definitieve aanvraag kon meesturen door bijvoorbeeld het ontbreken van de definitieve Continuïteitsbijdrage, dan dient u de derdenverklaring of accountantsverklaring uiterlijk op 6 februari bij het UWV aan te leveren.

Indien u na 31 oktober 2021 de definitieve aanvraag voor de NOW 1.0 indient en nog geen derdenverklaring of accountantsverklaring kunt meesturen, dan krijgt u daarvoor nog 14 weken de tijd.

13 oktober 2021 - De deadline voor het indienen van een aanvraag voor de definitieve berekening van de NOW 1.0 nadert. Dat kan tot en met 31 oktober a.s. Wacht u nog op een derdenverklaring of een accountantsverklaring, dan moet u ook de aanvraag uiterlijk 31 oktober doen. Tijdens uw aanvraag volgt u deze stappen:

  • Antwoord ‘Nee, nog niet’ op de vraag of u al een accountantsverklaring of derdenverklaring heeft.
  • Bevestig met een vinkje dat u een verklaring heeft aangevraagd, of gaat aanvragen.
  • U kunt nu niet meer verdergaan in het formulier. Sluit daarom het formulier af in uw browser.
Als u het vinkje heeft gezet, ontvangt u binnen 10 dagen een bevestigingsmail op het e-mailadres dat u in de aanvraag heeft opgegeven. Hierin staat ook een link naar het formulier. Die link kunt u gebruiken tot en met 6 februari 2022.

De Continuïteitsbijdrage (CB) ontvangen vanuit de zorgverzekeraars is een onderdeel van de omzet en daarmee van belang voor de NOW 1.0. Nog niet alle verzekeraars hebben tot op heden nog een definitieve afrekening verstrekt van de CB. Hierdoor is het afgeven van een accountants- of derdenverklaring vaak nog niet mogelijk. In dat geval is het dus wel zaak tijdig (uiterlijk 31 oktober a.s.) een aanvraag voor een definitieve berekening in te dienen bij het UWV. Dat geldt ook als u geen accountants- of derdenverklaring nodig heeft maar wel een Continuiteitsbijdrage hebt ontvangen. Lees meer > 

1 maart 2021 - Heeft u loonkostensubsidie NOW 1.0 ontvangen dan kunt u tot en met 31 oktober 2021 de definitieve berekening aanvragen. Het voorschot dat u heeft ontvangen is berekend op basis van uw geschatte omzetverlies. De definitieve tegemoetkoming gebeurt op basis van uw werkelijke omzetverlies.
Eerder lag de deadline voor het aanvragen van de definitieve vaststelling van de NOW 1.0 op 23 maart of 29 juni voor werkgevers die een accountantsverklaring nodig hebben. Voor veel zorgverleners was deze datum een probleem omdat men nog in afwachting is van de definitieve vaststelling van de continuiteitsbijdrage. De continuiteitsbijdrage dient voor de definitieve berekening van de NOW 1.0 als omzet meegenomen te worden. Door de deadline te verschuiven naar 31 oktober komt men hier nu aan tegemoet.

U dient altijd een definitieve berekening aan te vragen, ook als u denkt dat u teveel voorschot heeft ontvangen. Als u geen aanvraag doet gaat het UWV ervan uit dat u geen recht heeft op een tegemoetkoming en moet u het voorschot terug betalen. Lees meer >


2. Welke ondersteuning biedt de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (Now; opvolger werktijdverkorting) om mijn werknemers te betalen?

19 januari 2021 - De Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid (NOW), opvolger van de Werktijdverkorting (Wtv), is een tijdelijke maatregel om werkgevers met tenminste 20% omzetverlies te ondersteunen om ontslag door de crisis zoveel mogelijk te voorkomen. De NOW 1.0 kon vanaf maandag 6 april 2020 worden aangevraagd en die periode liep tot 5 juni 2020. Vervolgens besloot het kabinet de NOW te verlengen tot eind september 2020. Deze NOW 2.0 kon vanaf 6 juli 2020 worden aangevraagd.

Per 1 oktober 2020 is de NOW regeling voor negen maanden verlengd. Deze NOW 3.0 regeling is verdeeld in 3 tranches van drie maanden. Tijdens de persconferentie van 8 december 2020 heeft het kabinet aangegeven dat de NOW in het 1e kwartaal van 2021 gelijk blijft aan het vierde kwartaal van 2020. Lees meer >

Op hoofdlijnen ziet dit er als volgt uit:

3e tranche
Tijdvak:  

1 oktober - 31 december 2020

Aanvragen:   Van 16 november 2020 tot en met 13 december 2020
Vereiste omzetdaling:   Minimaal 20% over drie aaneengesloten maanden in de periode 1 oktober - 28 februari 2021
Voorschot:   80% van de verlening. De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van juni 2020.
Hoogte van de subsidie:   Maximaal 80% van de totale loonsom bij een omzetdaling van 100%. Bij een lagere omzetdaling wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld.

4e tranche
Tijdvak:  

1 januari - 31 maart 2021

Aanvragen:   Van 15 februari tot en met 14 maart 2021
Vereiste omzetdaling:   Minimaal 20% over drie aaneengesloten maanden in de periode 1 januari - 31 mei 2021
Voorschot:   80% van de verlening. De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van juni 2020.
Hoogte van de subsidie:   Maximaal 80% van de totale loonsom bij een omzetdaling van 100%. Bij een lagere omzetdaling wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld.

5e tranche

Tijdvak:  

1 april - 30 juni 2021

Aanvragen:   Van 17 mei tot en met 13 juni 2021
Vereiste omzetdaling:   Minimaal 30% over drie aaneengesloten maanden in de periode 1 april - 31 augustus 2021
Voorschot:   80% van de verlening. De subsidie wordt in beginsel gebaseerd op de loonsom van juni 2020.
Hoogte van de subsidie:   Maximaal 60% van de totale loonsom bij een omzetdaling van 100%. Bij een lagere omzetdaling wordt de subsidie evenredig lager vastgesteld.

Bepaling van de omzetdaling:
Omzet 2019 : 4 = referentie-omzet
(Referentie-omzet -/- omzet in omzetperiode) : referentie-omzet =  omzetdaling

Meer informatie >

De continuïteitsbijdrage van Zorgverzekeraars Nederland voor de verzekerde zorg verleend door bijvoorbeeld de fysiotherapie en mondzorg is de primaire ondersteuning waar deze zorgaanbieders gebruik van kunnen maken. De hoogte van een eventueel aanvullende Now-uitkering wordt bepaald door het resterende praktijkomzetverlies. De (te ontvangen) continuïteitsbijdrage, als zorgaanbieders hiervan gebruik maken, wordt daarvoor opgeteld bij de (beperkt) gerealiseerde praktijkomzet en vervolgens voor de Now vergeleken met de praktijkomzet in 2019.

Voor paramedische praktijken kunnen VvAA-adviseurs behulpzaam zijn met het maken van een op de praktijk afgestemde berekening voor de Now-aanvraag.

Lees de nadere invulling van de Now-regeling ▹
 
Uitkering via salarisverwerking
Denkt u eraan dat de eventuele uitkering die u als werkgever vanuit de NOW ontvangt, via de salarisverwerking moet lopen. Met andere woorden: het bedrag dat u ontvangt kunt u niet rechtstreeks naar de werknemer overmaken, maar moet u als mutatie aan de salarisadministratie doorgeven. Indien u werknemers hebt die op omzetbasis werken en de omzet per kwartaal, halfjaar of jaar afgerekend worden, zal bewuste afrekening hier (positief) door beïnvloed worden.

3. Welke ondersteuning biedt de continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraar?

17 september 2020 - Voor veel zorgaanbieders was dinsdag 14 juli de laatste mogelijkheid om een beroep te doen op de algemene continuïteitsbijdrageregeling van de zorgverzekeraars. Voor de zorgaanbieders in de GGZ was dit 21 augustus. Meer informatie vind u op zn.nl.

Voor de periode 1 maart tot 1 juli 2020 bieden zorgverzekeraars zorgaanbieders die in financiële problemen (dreigen te) komen ondersteuning. Deze krijgt voor bijvoorbeeld fysiotherapie, andere paramedische beroepsgroepen en mondzorg de vorm van een continuïteitsbijdrage ontworpen door Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Deze primaire ondersteuning kan vanaf 15 mei gefaseerd per beroepsgroep worden aangevraagd en wordt eind mei uitbetaald. De ondersteuning geldt voor zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde omzet die onder normale omstandigheden gerealiseerd zou zijn. Dat is de normomzet, vastgesteld door Vektis, in beginsel op basis van de geïndexeerde omzet van 2019. Daarvan wordt 55 - 87% vergoed (afhankelijk van de beroepsgroep). Deze compensatie voor de omzetterugval hoeft niet terugbetaald te worden, maar wordt wel verrekend met de toch nog gerealiseerde omzet.

De continuïteitsbijdrage wordt dus als volgt berekend:

  • (Normomzet – Gerealiseerde omzet) * %Continuïteitsbijdrage
Percentages per beroepsgroep
De nadere invulling van de vergoedingsmethodiek en de percentages per beroepsgroep zijn op 2 mei bekendgemaakt. Met zorgaanbieders met een omzet van meer dan 10 miljoen euro worden specifieke afspraken gemaakt. Op 12 mei maakte ZN bekend voor de geestelijke gezondheidszorg een aangepaste regeling te treffen.

Aanvraagprocedure
De aanvraag verloopt via de uitvraagmodule in het zorginkoopportaal van VECOZO, met de AGB-code van de praktijk. Daarvoor is een aansluiting en persoonlijk certificaat nodig. Zorgaanbieders zonder aansluiting kunnen zich bij VECOZO aanmelden als zij van de regeling gebruik maken. ZN geeft aan dat u vijf tot tien werkdagen na de indiening uitsluitsel over toekenning van de aanvraag kunt verwachten. Meer informatie vindt u op zn.nl.  

Andere ondersteuningsmaatregelen
Voor het omzetverlies van de praktijk dat resteert na de (te) ontvangen continuïteitsbijdrage kunnen zorgaanbieders afhankelijk van hun situatie terecht bij andere ondersteuningsmaatregelen, van de overheid, bijvoorbeeld de loonkostensubsidieregeling Now. De continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraars wordt daarbij dus gerekend als praktijkomzet, zodat terugval in omzet niet tweemaal gecompenseerd wordt. Overigens hoeft een zorgaanbieder de continuïteitsbijdrage niet aan te vragen.

Een korte samenvatting van de verhouding met de andere ondersteuningsmaatregelen vindt u in onze video ‘Continuïteitsbijdrage en andere COVID-19-ondersteuningsmaatregelen in vijf minuten’

4. Ik heb de definitieve afrekening van de NOW 1.0 gekregen en ben het er niet mee eens. Wat kan ik doen?

21 april 2021 - De NOW regeling is een generieke regeling die in recordtempo veel werkgevers in steun voorziet. Vanwege het generieke karakter van de regeling is maatwerk niet mogelijk.

Bij het berekenen van de NOW 1.0 wordt de loonsom van de maand januari 2020 vergeleken met de loonsom over de maanden maart, april en mei 2020. Indien de loonsom over de maanden maart, april en mei 2020 lager is dan drie maal de loonsom over de maand januari 2020 wordt aangenomen dat er afscheid is genomen van personeelsleden of dat het loon niet (volledig) is doorbetaald. Vervolgens wordt een correctie toegepast.

Wanneer de werkgever aan alle verplichtingen heeft voldaan, maar in de maand januari incidenteel loon (bijvoorbeeld een bonus) heeft uitbetaald leidt een correctie tot een onrechtvaardig resultaat.

Minister Koolmees heeft aangegeven dat bezwaar gemaakt kan worden tegen de definitieve berekening van de NOW. In dat geval kan nader bekeken worden of binnen de beperkte uitvoeringsmogelijkheden van de NOW-regeling en de bedoeling van de regeling maatwerk geleverd kan worden, aldus de minister. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 8 van de Kamervragen.  

In de brief met betrekking tot de definitieve berekening van NOW 1.0 en op uwv.nl staat beschreven hoe u bezwaar kunt aantekenen tegen de beslissing. 

5. Wat zijn de mogelijkheden voor ondersteuning als mijn inkomen wegvalt (Tozo, Togs en Tvl)?

31 augustus 2021 - Het kabinet heeft aangekondigd vanaf 1 oktober 2021 te stoppen met de algemene inkomensondersteunende maatregelen zoals de Tozo en Tvl.

Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandige ondernemers (Tozo) 
Zelfstandige ondernemers en zzp’ers die hard getroffen zijn door COVID-19 kunnen bij hun woongemeente via een digitaal loket een inkomensaanvulling tot het sociaal minimum ten behoeve van hun levensonderhoud aanvragen. Deze overbruggingsregeling bevat ook een mogelijkheid voor bedrijfskrediet om liquiditeitsproblemen op te vangen.
De eerder aangekondigde vermogenstoets is recent geschrapt. De partnerinkomenstoets blijft wel gehandhaafd. Vanaf 1 februari 2021 wordt het mogelijk de uitkering met terugwerkende kracht aan te vragen vanaf de voorgaande maand.

Lees meer over Tozo
 
Tegemoetkoming Vaste Lasten MKB (Tvl)
Met ingang van 1 juni 2020 is de Togs vervangen door de Tegemoetkoming Vaste Lasten TvL. De Tvl voorziet in een bijdrage in de vaste lasten, niet zijnde loonkosten want daarvoor is de NOW. De belangrijkste voorwaarde is een minimaal omzetverlies van 30%. De regeling geldt voor dezelfde sectoren als de Togs. Sinds 1 oktober 2020 is de Tvl 2.0 van toepassing en kunt u d Tvl nog 3 keer aanvragen, telkens voor een periode van 3 maanden. De hoogte van het subsidiepercentage is afhankelijk van het omzetverlies.

In januari 2021 heeft het kabinet het subsidiepercentage voor het eerste kwartaal 2021 verhoogd en komt dit uit op 85% van de vaste lasten gerelateerd aan het omzetverlies (vanaf 30% omzetverlies). Ook is het maximale subsidiebedrag van € 90.000,- per 3 maanden verhoogd naar € 330.000,-.

In maart 2021 werd het subsidiepercentage voor het 2e kwartaal verhoogd naar 100%. Ook is het maximale subsidiebedrag verder verhoogd naar € 600.000. Om meer ondernemers te kunnen helpen is ook het minimale bedrag voor de vaste lasten verlaagd van € 3.000,- naar € 1.500,- voor Tvl in het 1e en 2e kwartaal 2021. Vanaf 1 oktober 2021 zal de Tvl worden beëindigd.

Meer over Tvl

Regelingen zorgverzekeraar

1. Welke ondersteuning biedt de continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraar?

17 september 2020 - Voor veel zorgaanbieders was dinsdag 14 juli de laatste mogelijkheid om een beroep te doen op de algemene continuïteitsbijdrageregeling van de zorgverzekeraars. Voor de zorgaanbieders in de GGZ was dit 21 augustus. Meer informatie vind u op zn.nl.

Voor de periode 1 maart tot 1 juli 2020 bieden zorgverzekeraars zorgaanbieders die in financiële problemen (dreigen te) komen ondersteuning. Deze krijgt voor bijvoorbeeld fysiotherapie, andere paramedische beroepsgroepen en mondzorg de vorm van een continuïteitsbijdrage ontworpen door Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Deze primaire ondersteuning kan vanaf 15 mei gefaseerd per beroepsgroep worden aangevraagd en wordt eind mei uitbetaald. De ondersteuning geldt voor zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde omzet die onder normale omstandigheden gerealiseerd zou zijn. Dat is de normomzet, vastgesteld door Vektis, in beginsel op basis van de geïndexeerde omzet van 2019. Daarvan wordt 55 - 87% vergoed (afhankelijk van de beroepsgroep). Deze compensatie voor de omzetterugval hoeft niet terugbetaald te worden, maar wordt wel verrekend met de toch nog gerealiseerde omzet.

De continuïteitsbijdrage wordt dus als volgt berekend:

  • (Normomzet – Gerealiseerde omzet) * %Continuïteitsbijdrage
Percentages per beroepsgroep
De nadere invulling van de vergoedingsmethodiek en de percentages per beroepsgroep zijn op 2 mei bekendgemaakt. Met zorgaanbieders met een omzet van meer dan 10 miljoen euro worden specifieke afspraken gemaakt. Op 12 mei maakte ZN bekend voor de geestelijke gezondheidszorg een aangepaste regeling te treffen.

Aanvraagprocedure
De aanvraag verloopt via de uitvraagmodule in het zorginkoopportaal van VECOZO, met de AGB-code van de praktijk. Daarvoor is een aansluiting en persoonlijk certificaat nodig. Zorgaanbieders zonder aansluiting kunnen zich bij VECOZO aanmelden als zij van de regeling gebruik maken. ZN geeft aan dat u vijf tot tien werkdagen na de indiening uitsluitsel over toekenning van de aanvraag kunt verwachten. Meer informatie vindt u op zn.nl.  

Andere ondersteuningsmaatregelen
Voor het omzetverlies van de praktijk dat resteert na de (te) ontvangen continuïteitsbijdrage kunnen zorgaanbieders afhankelijk van hun situatie terecht bij andere ondersteuningsmaatregelen, van de overheid, bijvoorbeeld de loonkostensubsidieregeling Now. De continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraars wordt daarbij dus gerekend als praktijkomzet, zodat terugval in omzet niet tweemaal gecompenseerd wordt. Overigens hoeft een zorgaanbieder de continuïteitsbijdrage niet aan te vragen.

Een korte samenvatting van de verhouding met de andere ondersteuningsmaatregelen vindt u in onze video ‘Continuïteitsbijdrage en andere COVID-19-ondersteuningsmaatregelen in vijf minuten’

2. Waar en wanneer kan ik de meerkostenbijdrage aanvragen?

31 maart 2021 - In 2020 kondigden de zorgverzekeraars aan dat er een regeling zou komen om zorgaanbieders die door de corona-crisis extra kosten maakten tegemoet te komen, de zogenaamde meerkostenregeling. Het gaat bijvoorbeeld om kosten van persoonlijke beschermingsmiddelen of kosten voor tijdelijke aanpassing van de praktijk op de anderhalvemetersamenleving. Eind maart maakte Zorgverzekeraars Nederland informatie over het aanvragen de meerkostenregeling bekend.

Zorgaanbieders die in aanmerking kwamen voor de continuïteitsbijdrage kunnen ook de meerkostenbijdrage aanvragen. Het gaat om zorgaanbieders in verschillende sectoren (tandheelkundige zorg is uitgesloten van deze meerkostenregeling want voor deze sector was al eerder een regeling voor de meerkosten getroffen). Het is geen voorwaarde voor de meerkostenbijdrage dat u de continuïteitsbijdrage daadwerkelijk heeft aangevraagd.
De tegemoetkoming is een percentage over de omzet (zorgverzekeringswet en aanvullende verzekering) van mei tot en met december 2020. Per zorgsoort hebben de zorgverzekeraars een percentage vastgesteld. Er geldt een uitbetalingsdrempel van € 50,- per verzekeringsconcern.

U kunt de meerkostenbijdrage aanvragen tussen 13 april tot en met 11 mei 2021 via VECOZO. De uitbetaling van de meerkostenbijdrage start vanaf eind mei. Meer informatie vind u op zn.nl

9 juni 2021 - Extra kans voor aanvragen bijdrage meerkosten corona
Zorgaanbieders die nog geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om de meerkostenbijdrage aan te vragen krijgen een extra kans om dit alsnog te doen. Vanaf 15 juni gaat het aanvraagloket bij VECOZO voor de bijdrage voor meerkosten opnieuw open voor een periode van twee weken. Na 29 juni sluit het loket definitief. ZN roept op om de aanvraag zo spoedig mogelijk in te dienen.

De andere voorwaarden zijn ongewijzigd. Zo is de regeling nog steeds alleen toegankelijk voor zorgaanbieders die ook in aanmerking kwamen voor de continuïteitsbijdrage (CB regeling). Het is geen voorwaarde dat u daadwerkelijk gebruik heeft gemaakt van de CB-regeling. Lees meer > 
 

3. Kan ik een tegemoetkoming krijgen voor de meerkosten door corona?

9 oktober 2020 - Om goede en veilige zorg te kunnen verlenen tijdens de corona­pandemie maken zorgverleners dit jaar extra kosten om zichzelf en patiënten te beschermen. Bijvoorbeeld met (extra) persoonlijke beschermings­middelen en aanpassingen in de praktijk om aan de anderhalve­meterregel te voldoen. Zorg­verzekeraars (Eucare uitgezonderd) kondigden eerder al aan zorg­aanbieders tegemoet te willen komen voor de extra kosten vanwege corona. Met de meerkosten­regeling geven zij daar nu uitvoering aan. Lees meer >

4. Moet de continuïteitsbijdrage per praktijk of per maat worden aangevraagd?

25 mei 2020 - De regel is dat de continuïteitsbijdrage wordt aangevraagd op praktijkniveau, op de AGB-code van uw onderneming.

> Bekijk ook de documenten en de Q&A van de Regeling continuïteitsbijdrage van ZN zelf.

5. Wat houdt de inhaalzorg in?

1 juli 2020 - De inhaalzorg is de omzet die een praktijk maakt boven de ‘normomzet. De aangepaste, lagere, vergoeding over de inhaalzorg eindigt maximaal 6 maanden na de laatste betaling van de continuïteitsbijdrage, of zoveel eerder als de inhaalzorg het totaalbedrag van alle eerder betaalde continuïteitsbijdragen heeft bereikt.

De zorgaanbieder heeft een inspanningsverplichting om zorg te dragen voor het leveren van inhaalzorg. Daarvan is sprake bij een gerealiseerde omzet die boven de door Vektis vastgestelde normomzet voor de praktijk ligt. Zie ook de vraag ‘Hoe wordt de normomzet vastgesteld?’.Als u met inhaalzorg te maken krijgt, is het dus van belang er rekening mee te houden dat u hiervoor een aanzienlijk lager tarief ontvangt en tegelijkertijd waarschijnlijk extra kosten maakt (bijvoorbeeld voor personeel of inhuur).

De omzetderving en de inhaalzorg worden als volgt vastgesteld:
  1. Omzetderving wordt over de gehele periode (4 maanden: 1 maart t/m 30 juni 2020) gerelateerd aan viermaal de normomzet.
  2. Inhaalzorg wordt over de gehele periode (6 maanden: 1 juli t/m 31 december 2020) gerelateerd aan zesmaal de normomzet.
Op basis van Vektis‐data wordt, rekening houdend met omzetderving en inhaalzorg, de definitieve continuïteitsbijdrage eerst per AGB (zorgaanbieder) bepaald. Het bedrag wordt vervolgens verdeeld over de zorgverzekeraars. Het is dus niet zo dat wanneer een zorgaanbieder in een maand ‘normale’ productie draait, maar toevallig wat meer verzekerden van zorgverzekeraar X behandelt dan verzekerden van zorgverzekeraar Y, de zorgaanbieder bij zorgverzekeraar X inhaalzorg heeft en dus wat moet terugbetalen en bij zorgverzekeraar Y niet.

> Bekijk ook de documenten en de Q&A van de Regeling continuïteitsbijdrage van ZN zelf.

30-04-2021 Inhaalzorg op ‘nul euro’ gesteld

Zorgverzekeraars Nederland heeft aangekondigd dat bij de definitieve vaststelling van de generieke continuïteitsbijdrage (CB) deze zomer, de zogenaamde inhaalzorg niet wordt meegenomen in de berekening: de omvang van de inhaalzorg wordt op ‘nul euro’ gesteld. Hiermee is korting op de zorg die in de tweede helft van 2020 is geleverd bóven de normomzet van de baan en wordt deze zorg gewoon volledig vergoed en niet verrekend met de CB.

Financiële continuïteit

1. Mijn werknemers krijgen in mei altijd hun vakantiegeld. Dat brengt mij volgende maand in liquiditeitsproblemen. Kan ik de betaling in deze uitzonderlijke omstandigheden uitstellen?

01 april 2020 - Het vakantiegeld wordt in de regel over het jaar opgebouwd en dient uitbetaald te worden conform de geldende afspraken. Het recht op vakantiegeld is opgenomen in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, dat geeft aan dat het een belangrijk recht van de werknemer is. In deze wet is géén uitzondering opgenomen die ruimte geeft om later te betalen. Als de werkgever te laat betaalt kan hij te maken krijgen met maximaal 50% wettelijke verhoging bovenop het vakantiegeld. Dit zal de liquiditeitspositie verder verslechteren. Uitstel is dus alleen mogelijk met expliciete toestemming van de betrokken werknemer.

2. Mag een opdrachtgever een zzp’er minder laten werken en dus ook minder betalen?

27 maart 2020 - In beginsel mag de opdrachtgever een overeenkomst van opdracht te allen tijde (per direct) beëindigen. De achterliggende reden kan zijn een teruglopende zorgvraag en/of een advies van een beroepsorganisatie de praktijkvoering te staken.
 
De opdrachtgever (niet zijnde een particulier) kan, onder omstandigheden, wel schadeplichtig zijn, bijvoorbeeld als geen redelijke termijn voor opzegging in acht is genomen. Voor de zzp’er zelf geldt hetzelfde, mits de overeenkomst voor onbepaalde tijd is. Als de overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd is afgesloten (of gericht is op afronding van een bepaald project), mag de zzp’er als opdrachtnemer alleen tussentijds opzeggen als sprake is van een gewichtige reden.

Als de opdrachtgever de overeenkomst van opdracht gedeeltelijk opzegt (in de zin van minder uren willen laten werken), dan is dat in feite een eenzijdige wijziging van het contract. In beginsel is dat niet toegestaan. De zzp’er kan niet gedwongen worden in te stemmen met de wijziging. Maar de opdrachtgever kan bij weigering wel de overeenkomst geheel beëindigen.

Specifieke regelingen 
Als in de overeenkomst specifieke bepalingen zijn opgenomen over de omvang van de opdracht, de opzegtermijn en de opzegredenen, dan kan een en ander anders liggen. Het uitgangspunt is dan dat de opdrachtgever en de opdrachtnemer zich aan het contract moeten houden. 

Situatie COVID-19-virus overmacht opdrachtgever
Het is vervolgens de vraag of de opdrachtgever zich bij een teruglopende zorgvraag en advies van een beroepsorganisatie als gevolg van het COVID-19-virus kan beroepen op overmacht en de overeenkomst eenzijdig, al dan niet tijdelijk, kan wijzigen. Die vraag kan zich opwerpen als hierover niets in de overeenkomst is opgenomen, maar ook als dat wel het geval is. Of er door het virus een overmachtsituatie ontstaat, is nu (nog) niet met zekerheid te zeggen omdat daarover nog geen gerechtelijke uitspraken zijn gedaan. Het is immers de vraag voor wiens rekening en risico de huidige situatie komt. Wel kan aannemelijk worden geacht dat als een overheidsmaatregel tot gevolg heeft dat de opdrachtgever verplicht wordt om de werkzaamheden te staken, dat een overmachtsituatie oplevert. Ook is duidelijk dat een zzp’er niet dezelfde rechten op loon (honorarium) heeft als een werknemer. Bij een zzp’er geldt immers als uitgangspunt ‘niet werken, geen loon’. Het feit dat de overheid steunmaatregelen treft voor zzp’ers wijst er ook op dat wordt aangenomen dat de huidige situatie voor rekening en risico van de zzp’ers zelf komt, maar de toekomstige jurisprudentie zal hierover uitsluitsel moeten bieden. De zzp’er die gelden ontvangt vanuit een steunmaatregel, zal redelijkerwijs voor dat deel in ieder geval geen vergoeding kunnen vorderen van zijn opdrachtgever.

COVID-19-virus onvoorziene omstandigheid? 
De opdrachtgever kan wellicht ook een beroep doen op onvoorziene omstandigheden. Van onvoorziene omstandigheden in de zin van de wet is sprake als zich na het sluiten van de overeenkomst omstandigheden voordoen die niet in het contract zijn verdisconteerd. Wil een contract door de rechter aangepast of beëindigd worden op grond van een onvoorziene omstandigheden, dan moeten die omstandigheden van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ongewijzigde instandhouding niet mag verwachten. Het gaat in feite om een toepassing van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Als de omstandigheden volgens de aard van de overeenkomst of de verkeersopvattingen (gedeelde overtuiging) voor rekening komen van degene die zich daarop beroept, is wijziging of ontbinding van de overeenkomst van opdracht niet mogelijk. Het is heel goed mogelijk dat door rechters zal worden geoordeeld dat de huidige situatie het beroep op onvoorziene omstandigheden zal honoreren en dus dat een opdrachtgever een opdrachtnemer niet (of niet geheel) hoeft te betalen.

3. Hoe kan ik het loon doorbetalen als ik geen praktijkomzet heb?

26 maart 2020 - Voor door COVID-19 getroffen ondernemers zijn diverse Ondersteuningsmaatregelen beschikbaar. De belangrijkste met betrekking tot de loondoorbetaling van de werknemers zijn de continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraars en de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW).

Over loondoorbetaling bij variabele beloning zond VvAA op 2 juli 2020 een webinar uit.

4. Ik heb een aanvraag gedaan voor financiële ondersteuning, maar ik wil weten of ik het daarmee ga financieel ga redden. Hoe krijg ik het verloop van mijn geldstromen in beeld?

23 april 2020 - Uw VvAA bedrijfskundig adviseur kan voor u een liquiditeitsprognose opstellen: dit is een overzicht dat al uw praktijkinkomsten en -uitgaven voor komende periode in beeld brengt. Daarmee krijgt u inzicht in uw geldstromen en dus ook in uw mogelijke tekort. U kunt dan tijdig maatregelen nemen. Heeft u interesse in een liquiditeitsbegroting voor uw praktijk, neem dan contact op met een bedrijfskundig adviseur van VvAA.

5. Door teruglopende inkomsten heb ik te weinig betalingsruimte om de pensioenpremie voor mijzelf en mijn medewerkers te voldoen. Wat zijn de mogelijkheden?

14 oktober 2020 - In het voorjaar 2020 hebben een aantal pensioenfondsen hiervoor maatregelen getroffen of betalingsregelingen aangeboden. Inmiddels zijn de normale incassoprocedures voor het innen van de premies weer opgestart. Als u nu door teruglopende inkomsten tegen te weinig betalingsruimte aanloopt om de pensioenpremie voor uzelf of uw medewerkers te voldoen, adviseren wij u om contact op te nemen met het pensioenfonds.

Aansprakelijkheid

1. Ik ben zzp'er en ik werk normaal in de eerste lijn, maar ik wil bijspringen in het ziekenhuis, hoe zit het dan met mijn eventuele aansprakelijkheid?

03 april 2020 - De verzekering die u als zzp'er hebt bij VvAA geeft verzekeringsdekking voor uw eerstelijns werkzaamheden. Voor ziekenhuizen geldt wat anders. Ziekenhuizen hebben een centrale aansprakelijkheidsdekking en iedereen die werkzaam is in het ziekenhuis valt onder de centrale verzekering van het ziekenhuis. Daar geeft de VvAA verzekering dus geen dekking. We weten van de verzekeraars van ziekenhuizen dat zij de extra zorgverleners die komen helpen meeverzekeren, maar vraagt u het voor de zekerheid na bij uw contactpersoon van het ziekenhuis.
 

2. Ik ben een herintredende arts of verpleegkundige. Waar ligt mijn verantwoordelijkheid?

2 april 2020 - U hebt als herintredende BIG-geregistreerde of niet meer BIG-geregistreerde een eigen verantwoordelijkheid naast die van de zorginstelling en andere zorgverleners. In dit artikel leest u meer over de aandachtspunten.

3. Waar moet ik op letten als ik gebruik wil maken van beeld- en videobellen?

1 oktober 2020 - Bellen met beeld kan een alternatief zijn voor face-to-face consulten, maar ook bij groepsbehandelingen. Het is wel belangrijk dat de vorm van beeldbellen voldoet aan de veiligheidseisen van de AVG. Dit geldt ook als de patiënt zelf gebruik wil maken van een onveilige vorm: u blijft in dat geval ook verantwoordelijk voor de naleving van AVG en dient de ander hierop aan te spreken.

Niet alle vormen van beeldbellen voldoen aan de veiligheidsnormen van de AVG. In elk geval is contact via WhatsApp, Skype en FaceTime niet voldoende veilig.


Wel bestaan er ehealth-oplossingen die veilig videobellen mogelijk maken. Check in ieder geval of deze alternatieven voldoen aan de AVG.
Opties die in aanmerking komen zijn: Signal, WeSeeDo, ZaurusE-zorg en BeterDichtbij.

Om u als zorgverlener te ondersteunen in deze tijd, helpt VvAA u waar het kan. Daarom krijgt u van VvAA een abonnement van drie maanden op de digitale spreekkamers van Zaurus, t.w.v. € 350.

De NZa heeft bepaald dat voor alle vormen van zorg op afstand de belemmering voor vergoeding wordt weggenomen met terugwerkende kracht tot 1 maart. Dit geldt zowel voor beperkende voorwaarden van verzekeraars als regels van de NZa.

Aandacht voor beperkingen en risico’s 
Zorg op afstand brengt beperkingen en risico’s met zich mee, zeker als u de patiënt (nog) niet kent. Het is belangrijk dat u én de patiënt zich daarvan bewust zijn. Lees de aandachtspunten bij beeldbellen met betrekking tot uw zorgplicht.


4. Onze huisartsenpost (HAP) wil graag studenten en co-assistenten inzetten om te helpen tijdens COVID-19 (Corona), hoe zit het dan met de eventuele aansprakelijkheid van de HAP?

17 april 2020 - Als de huisartsenpost een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft bij VvAA, dan vallen ook de ingezette studenten, co-assistenten en herintreders onder de dekking van uw aansprakelijkheidsverzekering. In het geval van studenten en co-assistenten moet het gaan om zorg die onder verantwoordelijkheid en op aanwijzing wordt verricht in het kader van de noodsituatie rondom COVID-19.

5. Ik wil weer aan de slag in mijn beroep, maar mijn BIG-registratie is verlopen, wat nu als ik aansprakelijk word gesteld?

17 april 2020 - VvAA volgt de richtlijn van de IGJ en het KNMG voor wat betreft zorgverleners die in het kader van Covid-19 zorg verlenen, maar niet meer beschikken over een actuele BIG registratie. Als u bij VvAA verzekerd was voor beroepsaansprakelijkheid toen u nog wel beschikte over een BIG registratie, dan bieden wij u nu weer verzekeringsdekking. U hoeft hier geen premie voor te betalen.

Inzet van herintreders

1. Ik ben een herintredende arts of verpleegkundige. Waar ligt mijn verantwoordelijkheid?

2 april 2020 - U hebt als herintredende BIG-geregistreerde of niet meer BIG-geregistreerde een eigen verantwoordelijkheid naast die van de zorginstelling en andere zorgverleners. In dit artikel leest u meer over de aandachtspunten.

2. Ik ben gepensioneerd huisarts en ik wil weer aan de slag om te helpen tijdens COVID-19, hoe zit het dan met mijn aansprakelijkheid?

25 maart 2020 - Was u verzekerd bij VvAA voor uw pensionering? Dan geven wij u nu ook verzekeringsdekking mocht u aansprakelijk gesteld worden n.a.v. werkzaamheden die u nu verricht als gepensioneerd huisarts in het kader van de COVID-19 (Corona). Dat is dezelfde verzekeringsdekking die u had toen u nog praktiserend huisarts was.

3. Onze zorginstelling wil graag studenten en herintreders inzetten om te helpen, hoe zit het dan met onze eventuele aansprakelijkheid?

25 maart 2020 - Als de instelling een beroepsaansprakelijkheidsverzekering heeft bij VvAA, dan vallen ook de ingezette studenten, co-assistenten en herintreders onder de dekking van uw aansprakelijkheidsverzekering. In het geval van studenten en co-assistenten moet het gaan om zorg die onder verantwoordelijkheid en op aanwijzing wordt verricht in het kader van de noodsituatie rondom COVID-19.

4. Ik wil weer aan de slag in mijn beroep, maar mijn BIG-registratie is verlopen, wat nu als ik aansprakelijk word gesteld?

17 april 2020 - VvAA volgt de richtlijn van de IGJ en het KNMG voor wat betreft zorgverleners die in het kader van Covid-19 zorg verlenen, maar niet meer beschikken over een actuele BIG registratie. Als u bij VvAA verzekerd was voor beroepsaansprakelijkheid toen u nog wel beschikte over een BIG registratie, dan bieden wij u nu weer verzekeringsdekking. U hoeft hier geen premie voor te betalen.

5. Ik ben gepensioneerd medicus en ik wil graag hulp verlenen aan mijn collega’s in het kader van COVID-19 (Corona). Wat als ik onverhoopt een (tucht) klacht krijg van een patiënt of diens familie die ik deze crisisperiode heb behandeld?

25 maart 2020 - We bieden coulance. U ontvangt dan juridische hulp voor klacht- tucht- en strafrecht als u bij VvAA eerder verzekerd was voor particuliere rechtsbijstand met dekking klacht- en tuchtrecht of beroepsrechtsbijstand en nu nog een particuliere rechtsbijstand verzekering bij ons heeft lopen. Wij hanteren daarbij de huidige polisvoorwaarden van uw rechtsbijstandverzekering en de Algemene Voorwaarden Schadeverzekeringen. U krijgt, mocht u geconfronteerd worden met een klacht of tuchtzaak, bijstand van een advocaat - of jurist van VvAA rechtsbijstand. Daarnaast mag u natuurlijk bellen met vragen naar de juridische helpdesk: 030 247 49 99.

Speciaal voor zzp

1. Kan een opdrachtgever die besluit open te gaan voor reguliere behandelingen van een zzp’er eisen weer aan het werk te gaan?

1 mei 2020 - Tegenover zzp’ers moet de opdrachtgever zich, net als een werkgever, houden aan de arboverplichtingen om te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek en helder communiceren over protocollen en hygiënemaatregelen. De opdrachtgever moet de kans op besmetting beperken, met als uitgangspunt richtlijnen van het RIVM en de beroepsorganisaties. Zonder een veilige werkomgeving kan hij de zzp’er niet dwingen tot het verrichten van werkzaamheden. Omdat de opdrachtgever dan tekortschiet, kan een zzp’er onder omstandigheden aanspraak maken op zijn recht op honorarium.

Treft de opdrachtgever wél alle aangewezen hygiënemaatregelen dan kan hij wél de werkhervatting van de zzp’er verlangen. Hervat de zzp’er het werk niet, dan is de zzp’er mogelijk schadeplichtig voor de schade die opdrachtgever lijdt doordat de zzp’er weigert te werken.

2. Kan een zzp’er aansprakelijk worden gesteld als hij een patiënt besmet?

27 maart 2020 – Als een zzp’er werkzaamheden verricht terwijl hij weet dat hij klachten gerelateerd aan het corona virus (COVID-19) heeft en/of besmet is met het coronavirus (COVID-19), loopt de zzp’er het risico om zowel civielrechtelijk als tuchtrechtelijk aansprakelijk te worden gesteld. Dit geldt ook voor de opdrachtgever die de zzp’er heeft laten werken, terwijl hij op de hoogte is van genoemde klachten c.q. besmetting. Het zal voor de patiënt wel lastig zijn om te bewijzen dan wel aannemelijk te maken dat hij besmet is door de zzp’er (dit is met name van belang ter zake van een claim). Het kan zijn dat in de (toekomstige) jurisprudentie de bewijslast wordt omgekeerd, maar dat is nu nog niet te zeggen.

Als de zzp’er geen klachten heeft, maar toch een patiënt besmet (en alle RIVM-instructies heeft gevolgd), dan is de kans klein dat de patiënt hem en/of diens opdrachtgever met succes aansprakelijk kan stellen. Dat geldt te meer voor spoedeisende zorg.

Gezien het feit dat de zzp’er voor zichzelf en voor de patiënt een risico vormt en vanwege de instructies van de overheid en de RIVM, wordt aangeraden niet spoedeisende zorgverlening te staken. Of de zzp’er in geval van een klacht of claim een beroep kan doen op zijn rechtsbijstands- en beroepsaansprakelijkheidsverzekering, is afhankelijk van de polisvoorwaarden.

3. Wat is de positie van een zzp’er die het niet verantwoord vindt zorg te verlenen, ondanks de getroffen hygiënemaatregelen?

1 mei 2020 - Tandarts en mondhygiënist gebruiken bijvoorbeeld vaak de modelovereenkomst mondzorg. Het is de vraag in hoeverre de zzp’er zich kan beroepen op een artikel in die overeenkomst. De overeenkomst bevat o.a. de volgende bepaling:

  • Zzp’er heeft het recht het uitvoeren van bepaalde opdrachten/verzoeken van OPDRACHTGEVER te weigeren, bijvoorbeeld op grond van ernstige gewetensbezwaren, in welk geval partijen samen naar een oplossing streven.
Weigeren te werken op basis hiervan kan niet op elke grond. Dat zou de opdrachtgever onvoldoende vertrouwen geven op nakoming van de overeenkomst. Als de risico’s geminimaliseerd zijn, mag van een zzp’er redelijkerwijs gevergd worden te werken. Het artikel geeft als voorbeeld ‘ernstige gewetensbezwaren’. Van ernstige gewetensbezwaren is enkel sprake bij bezwaar op religieuze, morele of ethische gronden. Indien er wel voldoende hygiënemaatregelen zijn getroffen door de opdrachtgever, maar de opdrachtnemer desondanks geen risico wenst te lopen, zal een beroep op dit artikel vermoedelijk niet slagen. Dit kan anders zijn als de opdrachtnemer behoort tot een risicogroep. Op dat moment is sprake van een bijkomende omstandigheid die maakt dat in redelijkheid niet gevergd kan worden van de opdrachtnemer de werkzaamheden aan te vangen. Uiteraard verdient het ook dan de voorkeur samen te zoeken naar een oplossing. .

4. De opdrachtgever besluit de praktijk open te stellen terwijl de wachtkamer te klein is om 1,5 m afstand te houden, is de zzp’er dan medeverantwoordelijk?

De praktijkinrichting moet ervoor zorgen dat voldaan is aan de voorwaarden voor een deugdelijke praktijkvoering. In de mondzorgmodelovereenkomst (samenwerking tandarts-mondhygiënist) is dit ook opgenomen, evenals het feit dat er een behandelovereenkomst tot stand komt tussen zzp’er en de patiënt.

Dit laatste maakt dat de zzp’er medeverantwoordelijk en aansprakelijk is voor het verlenen van goede zorg. Dit houdt onder meer in dat hij moet zorgen dat de zorgverleningsregels van de overheid in acht worden genomen . Is de zzp’er ervan op de hoogte dat deze regels niet in acht worden genomen en verleend hij toch de zorg in strijd met de huidige overheidsregels? Dan loopt hij het risico hiervoor tuchtrechtelijk dan wel civielrechtelijk aansprakelijk te worden gehouden. De zzp’er doet er dus goed aan om bij de praktijkhouder aan te dringen op het treffen van de noodzakelijke maatregelen en de werkzaamheden op te schorten als hieraan niet voldaan wordt.

5. In de overeenkomst staat hoeveel de zzp’er werkt. Wat betekent dit, nu dat niet haalbaar is?

1 mei 2020 - In beginsel gelden de bepalingen van de zzp-overeenkomst. Echter, de uitvoering van de overeenkomst moet redelijk en billijk geschieden: partijen houden rekening met elkaars belang. Bij buitengewone omstandigheden, zoals de huidige coronaciris. , leidt dat tot een mogelijke onderhandelingsplicht of het verplicht meewerken naar het zoeken van een redelijk alternatief voor beide partijen. Het is dus afhankelijk van de concrete omstandigheden of van partijen gevraagd kan worden de overeenkomst onverkort in stand te houden. Mogelijk heeft de opdrachtgever onvoldoende werk na hervatting van de werkzaamheden of heeft de zzp’er juist meer tijd beschikbaar om te werken. Het advies is altijd met elkaar in gesprek te gaan om te zien waarmee het gezamenlijk belang van partijen het best bij gediend is. Zou één van partijen daaraan niet willen meewerken dan kan met tussenkomst van de rechter de overeenkomst mogelijk worden gewijzigd of geheel of gedeeltelijk worden ontbonden op grond van onvoorziene omstandigheden. Daarnaast is het mogelijk dat de opdrachtgever zich beroept op overmacht, indien en voor zover de praktijk door overheidsmaatregelen niet mag worden geopend, en om die reden de overeenkomst eenzijdig wil wijzigen. Of dit stand zal houden is nog onzeker nu er nog geen jurisprudentie voorhanden is.

Informatie- en dossierplicht

1. Wat zijn de aandachtspunten bij informatieverstrekking aan patiënten in individuele gevallen?

09 april 2020 - Als face-to-face contact wordt vervangen door beeldbellen of een telefonisch consult, verdient het aandacht om in het gesprek te benoemen wat de gevolgen hiervan zijn voor de zorg. In bepaalde gevallen kan het ook nodig zijn expliciet uitleg te geven, waarom er geen face- to face contact plaatsvindt.  

Als de zorg afwijkt van een richtlijn benoemt en motiveert u dit. Het kan hierbij ook gaan om richtlijnen van beroepsorganisaties of wetenschappelijke verenigingen betreffende zorg tijdens de coronacrisis.

Bij afwijking van eerder afgesproken besproken beleid en behandelingen geeft u hierover uitleg.

In geval van uitgestelde zorg geeft u vangnetadviezen en maakt u duidelijke vervolgafspraken. Voor zover mogelijk licht u het beleid bij hervatting van de reguliere zorg toe. 

Bij vervolgafspraken geeft u duidelijk aan wie daarvoor het initiatief neemt, u of de patiënt. Er is immers een kans dat patiënten nu schromen om contact op te nemen of bewust afzien van contact vanwege het besmettingsrisico dan wel overbelasting van de zorg.

In uw beleid en advies houdt u er rekening mee dat uitgestelde zorg urgent kan worden. Maak het vangnetadvies zo concreet mogelijk en benoem bij welke alarmsymptomen de patiënt eerder contact moet opnemen.

2. Wat moet ik aan de patiënt laten weten als ik ten tijde van het consult (nog) geen toegang heb tot alle relevante informatie?

21 april 2020 - Het kan zijn dat u om wat voor reden dan ook tijdens het consult met een patiënt (nog) niet kunt beschikken over alle gegevens, die u op dat moment nodig heeft. Dit kan gevolgen hebben voor uw handelen en beleid. Daarom moet u de patiënt op de hoogte brengen van het ontbreken van informatie én uitleggen wat dit betekent.

Gaat het om informatie, die noodzakelijk is voor de behandeling van een (mogelijke) besmetting met het coronavirus dan is een tijdelijke versoepeling van toepassing voor het raadplegen van het huisartsendossier, dat beschikbaar is gesteld via een elektronisch gegevensuitwisselingssysteem.

Deze versoepeling geldt alleen voor zorgverleners op de huisartsenpost en de spoedeisende hulp. Uitgangspunt is dat een patiënt mondelinge toestemming moet geven voor het inzien van het dossier. De regeling maakt geen inzage mogelijk in dossiers van patiënten, die eerder bij hun huisarts bezwaar hebben gemaakt tegen het raadpleegbaar maken van hun dossier.

3. Wat moet ik in het dossier vastleggen over informatie aan en afspraken met patiënten of wettelijke vertegenwoordigers?

09 april 2020 - Juist tijdens deze pandemie waarin sprake kan zijn van snel verslechterende toestandsbeelden is het belangrijk om afspraken met patiënten of hun vertegenwoordigers over bijvoorbeeld een opname op de intensive care en reanimeerbeleid vast te leggen. In de dossiervoering worden de namen van betrokkenen en het tijdstip van die afspraak vermeld.

Als een reeds uitgezet behandelbeleid vanwege de pandemie niet kan worden gecontinueerd, of als bepaalde keuzes ten aanzien van dat beleid moeten worden veranderd, moet dat met de patiënt worden besproken. In de verslaglegging wordt een samenvatting weergegeven van datgene wat met de patiënt besproken is. Het is nu nog onduidelijk wanneer weer reguliere poliklinische afspraken plaatsvinden. Wij adviseren vangnetadviezen en afspraken met de patiënt of zijn vertegenwoordiger(s) over het maken van een eventuele nieuw poliklinisch consult ook te noteren in het dossier.

Noteer duidelijk bij een afspraak die uitgesteld wordt de reden daarvan, als ook wie het initiatief neemt om een nieuwe afspraak te maken.

4. Doe ik er goed aan te noteren dat ik een richtlijn heb gevolgd of daarvan ben afgeweken?

09 april 2020 - Door de crisis zal in bepaalde gevallen moeten worden afgeweken van de geldende richtlijnen of standaarden om de continuïteit en kwaliteit van zorg in zijn algemeenheid te kunnen blijven waarborgen. Het verdient aanbeveling om goed te noteren als afgeweken wordt van de heersende richtlijn evenals de afweging die daaraan vooraf is gegaan.

5. Doe ik er goed aan in het dossier te vermelden dat en waarom een spreekuurcontact is omgezet naar een telefonische of beeldafspraak?

09 april 2020 - Veel consulten zijn of worden op dit moment omgezet naar telefonische- of beeldafspraken. Het is aan te raden om deze wijziging en de reden daarvan te noteren in het dossier, zeker in geval van vragen van een patiënt of discussie met de patiënt over de noodzaak van de omzetting.

Gerelateerde artikelen

Hulp nodig?

Stel uw vraag via het contactformulier of kijk op onze servicepagina voor meer informatie.