We kunnen geen dagblad openslaan of er staat wel iets in over de crisis en de gevolgen hiervan voor uw pensioen. In deze bijdrage zal op hoofdlijnen geschetst worden wat de problemen zijn en wat mogelijke oplossingen zijn.
De problemen bij de pensioenfondsen
Voor pensioenfondsen is de hoogte van de dekkingsgraad een maatstaf voor de financiële positie van het fonds. De dekkingsgraad is het percentage dat de verhouding weergeeft tussen de waarde van het fonds en de verplichtingen. Als de dekkingsgraad 100% bedraagt, dan heeft het fonds precies voldoende geld in kas om alle toekomstige uitkeringen te kunnen verrichten.
Herstelplan
Om enige zekerheid in te bouwen schrijft de Pensioenwet voor dat dit percentage minimaal 105% moet zijn. Als de dekkingsgraad beneden dit percentage komt, dan moet het fonds met een plan komen hoe het weer op dit percentage terecht kan komen. De huidige situatie is dat veel fondsen beneden de 105% dekkingsgraad zitten. Zij hebben een korte tijd tijd gekregen om hun herstelplan bij de Nederlandsche Bank in te dienen. In dit plan moet tot uitdrukking komen hoe zij binnen drie jaar weer op de minimale dekking van 105% zitten. Omdat de problemen nu extra groot zijn, hebben de pensioenfondsen toestemming gekregen om de herstelperiode te verlengen van drie naar vijf jaar.
Risico's opvangen bij dalende rente en langer leven
Het volgende element dat een rol speelt is de pensioenreserve. Naast de benodigde dekkingsgraad dienen pensioenfondsen een extra vermogen aan te houden om een aantal risico's op te vangen. Te denken valt hierbij aan het risico van waardedaling van de beleggingen of een daling van de rente. Ook loopt een fonds het risico dat de deelnemers ouder worden dan waarmee rekening is gehouden en hierdoor langer moet uitkeren. Als deze te laag is, heeft een fonds in principe vijftien jaar de tijd om weer naar de benodigde pensioenreserve toe te groeien.
Mogelijke oplossingen
Om de dekkingsgraad weer op het gewenste niveau te krijgen, zijn er diverse oplossingen denkbaar:
- Verhogen van de premies die de deelnemers betalen. Dit lijkt een simpele oplossing, maar heeft relatief gezien weinig effect. Stel een pensioenfonds heeft een vermogen van 250 miljoen en jaarlijkse premie inkomsten van 20 miljoen. Als de premie met 12,5% stijgt, leidt dit slechts tot een verhoging van het vermogen met 1%.
- Laten vervallen van de toeslagen zoals de indexatie. Deze mogelijkheid krijgt veel aandacht en dat is logisch omdat de effecten hiervan ook veel groter zijn. Stel - in het hiervoor genoemde voorbeeld - dat 1% van de indexatie vervalt, dan levert dit ook 2,5 miljoen op.
- De uitkeringen verlagen.
Kortom, er zijn genoeg mogelijkheden om de ontstane tekorten aan te vullen. Afwachten tot het wel goed komt, is de slechtst denkbare optie. Hiermee zouden de fondsen toekomstige pensioengerechtigden tekort doen, want zij zijn dan straks de dupe van de huidige crisis.
Contact met VvAA
Hebt u vragen? Neem dan gerust contact met ons op:


